Je hebt een krachtig vermogen om te visualiseren: of het nu gaat om een plek waar je nog nooit bent geweest of een toekomst die je nog niet hebt bereikt. Als kind heb je mogelijk wel eens fantasie en werkelijkheid door elkaar gehaald. Waarschijnlijk heb je talent voor beeldende kunst, theater, muziek, poëzie of schrijven en hou je van fictie en fantasie. Misschien denk je in beelden, maar dat hoeft niet: het voorstellingsvermogen kan ook plaatsvinden via andere zintuigen dan het zicht. Je hebt talent voor associëren: het ene beeld of onderwerp met het andere verbinden zonder dat dit meteen logisch is. Hierdoor heb je waarschijnlijk een voorliefde voor metaforen en gebruik je deze graag als je spreekt. Als iets wat je ‘moet’ doen geen uitlaatklep biedt voor je creatieve energie, raak je snel verveeld. Bij spanningen kun je wegvluchten in je eigen fantasiewereld, doemscenario’s verzinnen of overmatig grappen maken als je sociaal ongemak ervaart.
In meerlagige ontwikkeling vlucht je niet meer in fantasie. Je bent beter in staat om eerlijk te kijken naar hoe de dingen werkelijk zijn, terwijl je tegelijk ruimte laat voor een inspirerende visie op hoe het ook zou kúnnen zijn. Verbeeldende overexcitability is van grote betekenis in je artistieke creativiteit, die steeds meer in dienst komt te staan van je volledige persoonlijke groei. Het speelt een belangrijke rol bij je vermogen om terug te blikken en vooruit te kijken, intuïtieve planning en zelfs bij contemplatie en extase.[1] Bij dit alles creëer je graag een speelse, stimulerende leeromgeving, zowel voor jezelf als voor anderen.
Noten:
[1] [1] K. Dąbrowski, A. Kawczak and J. Sochanska The Dynamics of Concepts (1973, Gryf Publications Ltd. London)