The disintegration process, through loosening and even fragmenting the internal psychic environment, through conflicts within the internal environment and with the external environment, is the ground for the birth and development of a higher psychic structure. Disintegration is the basis for developmental thrusts upward, the creation of new evolutionary dynamics, and the movement of the personality to a higher level, all of which are manifestations of secondary integration.[1]
Volgens Dąbrowski zijn je innerlijke conflicten de sleutel naar persoonlijke groei op meerdere niveaus. En het zijn voornamelijk emoties die de krachten van dit proces aandrijven. Omdat dit uiteindelijk een positief proces is, moet je innerlijke conflicten dus niet vermijden of elimineren. Juist op de momenten dat je innerlijk conflict of andere problemen ervaart, leer je wat je persoonlijke waarden zijn en zie je wat dit betekent voor de manier waarop je wilt leven. Door het identificeren van persoonlijke waarden, leer je vervolgens ook onderscheid maken tussen lagere en hogere drijfveren in jezelf.
Als je lagere en hogere drijfveren in jezelf begint te herkennen, zie je dat het niet altijd gemakkelijk is om te leven volgens de waarden die je belangrijk vindt. Dit proces geeft aanleiding tot de psychologische turbulentie die Dąbrowski ‘desintegratie’ noemt, een proces dat volgens hem nodig is om iets nieuws te kunnen ontvouwen in jezelf. Dit – meestal zeer intense – proces haalt naar boven wat op emotioneel, sociaal en moreel vlak écht belangrijk voor je is. Terwijl je dit desintegratieproces doorloopt, ontwikkel je, zoals Dąbrowski zegt, een zelfgecreëerde persoonlijkheidsstructuur. Maar hij zegt ook dat de meeste mensen deze innerlijke transformatie nooit zullen ervaren. Volgens zijn theorie wordt de vraag of iemand dit proces doormaakt, beïnvloed door wat hij overprikkelbaarheden, ontwikkelingspotentieel en dynamismen noemt.
Positieve desintegratie is een theorie over het domein van het zelf, die zich richt op emotionele ontwikkeling en innerlijke transformatie. Maar dat is niet alles. In zijn artikel How Well Do We Understand Dabrowski’s Theory, merkt Dabrowski’s medewerker Dr. Michael M. Piechowski op dat ‘het innerlijke zelf niet gezond kan zijn zonder empathische verbinding met medemensen en een gevoel van verantwoordelijkheid voor je plaats tussen de anderen’. Dit betekent dat de theorie van positieve desintegratie, meer nog dan een theorie over het zelf, een theorie is over hoe het zelf zich verhoudt tot anderen en tot de gemeenschap op een grotere schaal. Met andere woorden, het is een theorie over morele ontwikkeling.
In de theorie van positieve desintegratie vindt ontwikkeling plaats door desintegratieve groei. Dit kan eenlagige of meerlagige ontwikkeling zijn.
Eenlagige desintegratie is een proces waarin je geen hogere en lagere elementen waarneemt binnen een innerlijk conflict. Dia betekent dat er op dit niveau geen sprake is van een eigen hiërarchie van waarden (daarom heet het ‘eenlagig’). In de praktijk kan dit eruitzien alsof je geen richtingsgevoel hebt: vandaag doe je dit, morgen doe je dat; vandaag voel je dit, morgen voel je dat. Dit maakt je bijzonder vatbaar voor sociale meningen. Als je met anderen botst, maak je je zorgen over wat ze van je denken. Omdat je je persoonlijke waarden nog niet kent, pas je je waarschijnlijk snel aan de heersende sociale normen aan. Dat wil zeggen, de waarden die je hebt overgenomen van bijvoorbeeld je ouders, het geloof, de overheid of een andere autoriteit. In eenlagige ontwikkeling ben je hierin echter niet consistent. Je zit immers in een desintegratieproces, dus soms verzet je je tegen die sociale normen en de verwachtingen van anderen. Dit leidt tot rusteloosheid en meer innerlijk conflict.
In deze ontwikkelingsfase kun je jouw intense en gevoelige eigenschappen – je overprikkelbaarheden – als een kwetsbaarheid of last ervaren. Deze intense eigenschappen kunnen echter een signaal zijn dat een voorheen onbekend deel van jou nu naar de oppervlakte komt en erkenning van je eist. Maar op het niveau van eenlagige desintegratie ben je er waarschijnlijk nog niet klaar voor om dit te doen. Veel mensen reageren dan ook niet meteen op deze uitnodiging tot ontwikkeling; ze proberen zich af te keren van de innerlijke onrust.
Het proces wordt pas positief bij desintegratie op meerdere niveaus. In dit stadium ga je hogere en lagere drijfveren in jezelf waarnemen en besef je dat jouw innerlijke conflicten de wegwijzers richting een oplossing zijn. Nu ben je in staat om je oude zelf af te breken en een nieuwe op te bouwen. Dit is een enorme sprong in het ontwikkelingsproces. Door zelfreflectie, emotionele ervaring en intense morele conflicten krijg je inzicht in je persoonlijke waarden, iets wat samengaat met het ervaren van gevoelens die Dąbrowski ‘meer jezelf’ en ‘minder jezelf’ noemt: je voelt steeds beter aan welke waarden wel en niet bij je passen. Het deel van jezelf dat al langer onder de oppervlakte borrelt en gezien wil worden, kun je nu niet meer negeren. Je móet er iets mee doen. Als onderdeel van dit meerlagige proces wordt je gedrag nu steeds meer geleid door een persoonlijke, autonome hiërarchie van waarden, die je ontdekt via je emoties. Onderweg kun je het gevoel hebben dat je op een point of no return bent aanbeland: je kunt niet meer terug naar hoe het was.
Het innerlijke conflict en de intense emoties van meerlagige ontwikkeling kunnen dan nog steeds verwarrend zijn. Ondanks wat er innerlijk allemaal met je gebeurt, is de realiteit dat het nog steeds moeilijk is om volgens je eigen waarden te leven. Je ontwikkelt een toenemend zelfbewustzijn en verwerpt bepaalde sociale normen en verwachtingen uit je omgeving die onverenigbaar zijn met je groeiende bewustzijn van ‘hogere waarden’[2]. Dit leidt ertoe dat je de kloof herkent tussen je leven zoals het nu is, en wat het zou kunnen zijn. Maar omdat je nog niet weet hoe je daar moet komen, voel je wat Dąbrowski omschrijft als gevoelens van inferioriteit ten opzichte van jezelf. Dit is een heel andere ervaring dan je inferieur voelen aan anderen. Nu ben je extra bewust van wie je zou kunnen zijn terwijl je tegelijkertijd voelt dat je daar nog niet aan voldoet. Hierdoor voel je je schuldig en beschaamd over jezelf. En dit gevoel verhoogt dan weer de intensiteit van je gevoelens en stuwt het proces van positieve desintegratie voort. Naarmate deze meerlagige desintegratie vordert, nemen de innerlijke conflicten af. Ze worden minder intens en minder storend omdat je leert er zelfbewust en effectief mee om te gaan. Op een gegeven moment ga je alles wat je in het leven tegenkomt waarderen als een leerervaring, zelfs als het moeilijk is en nieuwe innerlijke conflicten met zich meebrengt.
Op een bepaald moment tijdens het meerlagige proces word je je eigen raadgever en vertrouw je steeds meer op je intuïtie. De meningen van anderen zijn niet langer leidend. De interne conflicten waar je nu nog mee te maken krijgt, benader je op een manier die Dąbrowski ‘autopsychotherapie’ noemt. Je ontwikkelt een proces van kritische zelfevaluatie waarbij je in staat bent om naar jezelf te kijken vanuit het perspectief van een waarnemer. Bovendien neem je anderen steeds meer waar vanuit hun eigen subjectieve ervaring: je kunt je steeds beter inleven in hun situatie. Dit proces helpt je om een beter begrip van jezelf en anderen te ontwikkelen, zodat je exclusieve banden van liefde en vriendschap dieper en duurzamer worden. Terwijl je je ‘persoonlijkheidsideaal’ vormgeeft (Dąbrowski’s term), slaag je er uiteindelijk in om je waarden om te zetten in daden. Hierbij neem je verantwoordelijkheid voor je daden en voor het welzijn van andere mensen. Tegelijkertijd weet je wat écht belangrijk voor je is. Je kunt zelfs besluiten je aan te passen aan maatschappelijke normen als het je eigen, bewuste keuze is om ze te volgen. Wat nu verdwenen is, is het verlangen om je aan te passen en om erbij te horen of uit angst voor afwijzing. Je eigen waarden zijn nu leidend.
Noten:
[1] Dąbrowski, K. (1964). Positive Disintegration. Little, Brown and Company, Boston.
[2] Een hiërarchie van waarden binnen een samenleving ontstaat uit een samenspel van cultuur, traditie, overtuigingen, theorieën en universele principes. Een persoonlijke waardenhiërarchie kan afwijken van die van de maatschappij. Dąbrowski was ervan overtuigd dat iemand in meerlagige ontwikkeling altijd beweegt richting universele, ‘hogere’ waarden zoals empathie, compassie, autonomie, zelfbewustzijn, altruïsme en liefde.