Je beweegt heen en weer tussen tegenstrijdige gevoelens, ideeën, houdingen of meningen en ervaart hierin een tweestrijd. Je kunt jezelf bijvoorbeeld tegelijkertijd superieur én minderwaardig voelen ten opzichte van anderen. Dit kan zich uiten als stemmingswisselingen of wispelturigheid, bijvoorbeeld door anderen eerst aan te trekken en dan weer af te stoten.
Je hebt verlangens die onverenigbaar zijn: bijvoorbeeld, je verlangen naar een diepe, hechte relatie botst met je wens om ongebonden te zijn. Of je verlangen naar een quick fix botst met je lange-termijndoelen. Dit alles gaat vaak gepaard met conflicterende acties.
Je wordt bewust van de persoon die je zou kunnen zijn, maar ook van het feit dat je er nog niet bent. Dit dynamisme gaat over het verschil tussen ‘dat wat is’ en ‘dat wat zou moeten zijn’. Ook word je steeds meer bewust van je valkuilen, kwetsbaarheden, potentieel en talent. Je krijgt inzicht in je persoonlijke waardenhiërarchie en gevoel voor wat ‘meer jezelf’ en ‘minder jezelf’ is Maar je erkent ook dat er nog veel werk aan de winkel is.
Dit dynamisme veroorzaakt een kritische, afwijzende houding ten opzichte van jezelf. Je kunt last hebben van angst, depressie en boosheid naar jezelf toe. Je hebt een sterk verlangen om te ontsnappen aan de dingen die je niet leuk vindt aan jezelf.
Hier start het verlangen om te veranderen. Je hebt gedachten in de trant van ‘er klopt iets niet helemaal meer in mezelf’. Je wilt erachter komen wat dat is, zodat je het kunt omvormen tot wat het ‘zou moeten zijn’. Je bent verbaasd over je eigen talenten, cognitieve of emotionele capaciteiten, of door de wereld om je heen en hoe andere mensen zich gedragen.
Dit dynamisme geeft ruimte aan je innerlijke criticus. Hierdoor ervaar je een tamelijk onrustige en negatieve houding ten opzichte van jezelf. Ongemak met jezelf kenmerkt vaak het échte begin van meerlagige ontwikkeling: het is de aanjager om verder te ontwikkelen.
Dit dynamisme gaat over de ervaring van je beschaamd voelen. Niet alleen tegenover anderen maar vooral tegenover jezelf, omdat je nog niet kunt voldoen aan je eigen idealen. Je voelt je verantwoordelijk voor je eigen tekortkomingen en imperfecties en voelt je hier schuldig over. Je bent intrinsiek gemotiveerd om hoge persoonlijke standaarden te bereiken en extreem zelfkritisch wanneer je hierin faalt.
Je verwerpt opgelegde en aangeleerde normen en waarden van een sociale groep. Op een bepaald moment in je ontwikkeling kun je de behoefte voelen om afstand te nemen van hoe iedereen de dingen doet. Je bent aan het uitvogelen wie jíj precies bent, onafhankelijk van je sociale groep en haar normen. Zo’n proces vereist uiteindelijk dat je je eigen, authentieke hiërarchie van waarden creëert. Naarmate je bewuster wordt van jouw hogere waarden, drijf je weg van de status quo, verwerp je de normen van je sociale omgeving en bewandel je je eigen pad. Tegelijkertijd ontwikkel je een gezonde houding opzichte van je omgeving, zonder hiertegen in opstand te komen. Je begrijpt de behoeften en motieven van anderen en je tolereert zelfs hun onvolkomenheden (zolang ze voor niemand schadelijk zijn).
In de theorie van positieve desintegratie heeft (on)aangepastheid vier vormen: