Leven volgens de regels van de sociale groep
Volgens Dąbrowski ben je als individu op deze ontwikkellaag helemaal aangepast aan de maatschappij, en je functioneert hierin goed. Je drijfveren en handelingen worden voornamelijk bepaald door de eerste factor: je biologische impulsen en je genetische eigenschappen.[1] Het doel van je handelen is eigenbelang, directe bevrediging van je behoeften, hogerop komen (sociaal of op carrièrevlak) en individueel overleven. Bij conflicten met de buitenwereld ligt het niet aan jou, en geef je anderen de schuld. Er is geen sprake van langdurige zelfreflectie, en je ervaart geen innerlijke conflicten. Hoewel het niet zo hoeft te lijken, zijn je acties opportunistisch en egocentrisch. Hulp is bijvoorbeeld niet onvoorwaardelijk, je verwacht altijd een tegenprestatie.
Op laag 1 kan nadrukkelijk een gevoel van veiligheid aanwezig zijn, en is er identificatie met een bepaalde groep. De (ongeschreven) regels zijn duidelijk, en je houd je hier graag aan. Aanpassing aan en aanzien in de groep vind je belangrijk. Mensen die buiten de groep vallen worden óf onder druk overgehaald om zich aan te passen, óf buiten de groep gehouden. Afwijkende ideeën zijn niet gewenst, dominante ideeën binnen de cultuur krijgen voorrang boven nieuwe inzichten die de status quo bedreigen.
Hiermee is niet gezegd dat mensen die voornamelijk functioneren op laag 1, slechte mensen zijn. Als je opgroeit in een positieve en ondersteunende omgeving, kun je ook op laag 1 zeker een positieve bijdrage leveren aan de maatschappij. Deze mensen zijn de lijm die de samenleving, zoals wij die kennen, bij elkaar houden. De stabiliteit die sommige mensen op laag 1 laten zien, kan zelfs een steun zijn voor diegenen die desintegraties doormaken. De keerzijde hiervan is dat, wanneer het maatschappelijke systeem niet goed functioneert of in elkaar stort, de individuen op laag 1 zich niet verantwoordelijk voelen voor wat er gebeurt. Dit komt omdat bij hen een persoonlijke hiërarchie van waarden ontbreekt. Als gevolg daarvan blijven ze bevelen opvolgen van hogergeplaatsten, zonder dat ze kritisch kijken naar de gevolgen. Zelfs als dit betekent dat ze hiermee Kafkaiaanse bureaucratieën in stand houden, of dat in de Tweede Wereldoorlog Joden systematisch vernietigd werden.
Het is een griezelig feit dat de meeste mensen die verantwoordelijk waren voor het gevangennemen en vermoorden van miljoenen van hun medemensen geen monsters of psychopaten waren, maar heel gewone mensen. Dit fenomeen is nauwkeurig beschreven door Hannah Arendt in haar verslag van de getuigenis van Albert Eichmann in het Eichmann-proces. Zij noemde dit ‘de banaliteit van het kwaad’. Zij – en vele anderen – waren getroffen door hoe gewoon Eichmann overkwam: hij leek niet meer te zijn dan een kleine, ietwat kalende, saaie bureaucraat. Zijn alledaagsheid was moeilijk te rijmen met de gruwelijke misdaden waarvan hij werd beschuldigd. Hij was, schreef ze, ‘verschrikkelijk en angstaanjagend normaal’. Ze concludeerde dat zijn daden niet voortkwamen uit kwaadaardigheid, maar eerder uit blinde toewijding aan het regime en zijn behoefte om erbij te horen. Hij wilde zich voornamelijk conformeren aan de mening van de massa.[2]
Andere visies op primaire integratie
Terwijl Dąbrowski primaire integratie zag als een rigide structuur waarin biologische impulsen dominant zijn, heeft zijn collega dr. Michael M. Piechowski, gespecialiseerd in wetenschappelijk onderzoek naar positieve desintegratie, een andere kijk op ontwikkellaag 1. Piechowski beargumenteert dat individuen niet egocentrisch en opportunistisch geboren worden, maar zo worden gemaakt door hun omgeving. We leven namelijk in een onzekere, competitieve en individualistische wereld waar de winst van de één het verlies van een ander betekent. De vooroordelen, het egocentrisme, etnocentrisme en gebrek aan empathie dat kenmerkend is voor primaire integratie, is volgens hem niet aangeboren. Het is het resultaat van een opvoeding waarin gehoorzaamheid aan autoriteit, respect voor macht en agressie als middel om met bedreigingen om te gaan, meer aandacht krijgen dan emotionele ontwikkeling. Wat we dus herkennen als primaire integratie, is volgens Piechowski een type ontwikkeling waarbij de emotionele ontwikkeling is verstoord. Als mensen functioneren op laag 1, komt dit (afgezien van een enkele psychopaat die écht zo geboren wordt) door de invloed van de wereld op hun psyche, en niet doordat ze zo geboren zijn.[3] Piechowski zegt hiermee dat niet alleen de eerste factor, maar ook de tweede factor onmiddellijk van invloed is op een persoon is vanaf de geboorte.

Noten:
[1] Inmiddels weten we veel meer over de ontwikkeling van mensen vanaf hun geboorte dan de informatie die Dąbrowski tot zijn beschikking had: geen enkel kind of volwassene is beperkt tot biologische impulsen en genen. Dąbrowski’s omschrijving van primaire integratie is dus achterhaald.
[2] Hannah Arendt
[3] M. M. Piechowski How Well Do We Understand Dabrowski’s Theory? 2002