Dit artikel is deel van een tweeluik met Foske de Kruijf, die vanuit haar eigen ervaring met de overgang schrijft. We zijn allebei, ieder op onze eigen manier, onthutst geraakt door het proces, gaan zoeken hoe we ons ertoe kunnen verhouden, blijven zoeken naar hoe het beter kan, en hoe we hiervan kunnen groeien als mens. Haar weg zag er anders uit dan de mijne, en dat verschil vonden we beiden erg interessant. Als je tien vrouwen vraagt naar hun proces, zul je veel overlap zien, maar ook ontzettend veel verschillen. De overgang kan zoveel verschillende gezichten hebben. Wij denken, merken, geloven, dat het waardevol is die gezichten te zien, elkaars verhalen te kennen. Vanuit dit perspectief delen wij dan ook graag onze ervaringen. Dit zijn de verhalen van ons overgangsproces, tot dusver, bekeken door de lens van de positieve desintegratie.
Ongeveer vier jaar geleden viel me op dat ik minder energie had om de dingen te doen zoals ik ze altijd al deed. Al jaren deed ik wekelijks een dubbele danstraining, maar van de ene op de andere dag sliep ik extra lang na die training, en moest ik de volgende dag enorm bijkomen. Niet veel later viel alles me opeens extra zwaar: sociaal contact, werk, interesse in de buitenwereld…
Mijn huisarts vroeg als eerste of ik zelf een idee had wat de oorzaak kon zijn. Daar had ik al over nagedacht: ‘Pfeiffer, een vitaminetekort of de overgang?’ De arts fronste, wierp kort een blik op mijn dossier om mijn leeftijd te checken en zei ‘de overgang kan het in ieder geval niet zijn, daar ben je met 45 jaar nog veel te jong voor.’ Na een testje vonden we een eenvoudig te behandelen vitamine B12-tekort. Mooi, snel opgelost dacht ik, ik slik wat extra supplementen en dan ben ik straks weer helemaal mezelf.
Het liep anders. De vermoeidheid was slechts het begin van een jarenlange achtbaan van plotselinge, onverklaarbare klachten die uiteindelijk allemaal hun oorzaak bleken te hebben in de overgang, oftewel de perimenopauze, maar die lang niet als zodanig werden herkend. Het meest ontwrichtende was een periode met ernstige slapeloosheid. Terwijl ik al ontzettend moe was, kwam ik steeds lastiger in slaap. Wat begon met veel later inslapen, zo rond vier of vijf uur in de ochtend, eindige een paar maanden later met slechts één uur slaap voordat de wekker afging. Binnen de kortste keren was ik total loss: warrig, emotioneel, onrustig, hartkloppingen, niet meer in staat om te functioneren. De huisarts gaf me een recept voor de gebruikelijke pammetjes, maar het was al te laat. Mijn autonome zenuwstelsel was volledig op hol geslagen, daar was geen benzo tegen opgewassen. Hoogstens werd ik er een beetje stoned van, maar nog steeds geen slaap. Rond bedtijd in de avond werd het erger: de hartkloppingen werden sterker, mijn lijf begon te trillen, mijn ademhaling werd oncontroleerbaar snel, mijn blik vernauwde, als ik mijn ogen dichtdeed was alles overweldigend. ‘Dit is waarschijnlijk een paniekaanval’, had ik inmiddels door.
Op het dieptepunt ben ik zo’n 66 uur wakker geweest en in een vrijwel constante staat van paniek. Wie 48 uur of langer niet slaapt, kan wanen en hallucinaties krijgen. In deze periode was ik volledig overtuigd dat ik fatale familiaire insomnie had, een zeer zeldzame genetische ziekte waarbij de thalamus langzaam dichtslibt en je helemaal niet meer slaapt. Slaapmiddelen werken niet meer en de patiënt sterft binnen enkele maanden tot jaren een langzame, wrede dood door slapeloosheid. In mijn hoofd was ik me aan het voorbereiden op deze dood, ik had me er volledig bij neergelegd dat mijn leven voorbij was.
Achteraf was dit een soort wensdenken, want zonder slaap was het leven onmogelijk geworden. Nog nooit had ik meegemaakt dat bewust zijn van jezelf, gewoon ‘zijn’, een continue marteling was. Ik voelde me gevangen in mijn eigen lichaam, een lichaam dat zichzelf niet meer leek te beschermen tegen vernietiging en deze situatie niet meer kon dragen. Voor het eerst kon ik met alle vezels in mijn lijf voelen dat psychisch lijden zó tergend ondragelijk kan zijn dat het leven een hel op aarde wordt. Eén goede nacht had ik nodig, wist ik, en mijn persoonlijke hel zou weer verdwijnen.
Er moesten eerst bètablokkers aan te pas komen om mijn autonome systeem te kalmeren, daarna konden de slaapmiddelen hun werk doen en ging ik eindelijk knock-out. Hiermee was de kous echter niet af, inmiddels had ik slaapfaalangst ontwikkeld. Iedere avond rond bedtijd kreeg ik stress. Wekenlang heb ik alleen maar kunnen slapen met bètablokkers of andere pillen. De praktijkondersteuner huisarts was ervan overtuigd dat de insomnia kwam door onverwerkt trauma en stuurde me naar haptonomie. De huisarts noteerde in mijn dossier diagnose ‘angststoornis’ en verwees me door naar slaaptherapie. Hoewel het zeker fijn is om persoonlijke aandacht van iemand te krijgen als je net iets heftigs hebt meegemaakt, kan ik niet zeggen dat deze behandelingen de sleutel waren tot mijn herstel. Onverwerkte trauma’s of andere mentale oorzaken zijn we ook niet tegengekomen. Een halfjaar later ging het beter, maar ik sliep nog steeds gemiddeld één nacht per week helemaal niet.
Toen ik las over dalend progesteron als oorzaak van slaapproblemen, werd ik herinnerd aan de overgang. Intuïtief wist ik nu zeker dat dit de aanjager was geweest van de insomnia. Mijn huisarts was eerst sceptisch en zei nog iets in de trant van ‘jij zoekt de oplossing in een pilletje’, maar ze gaf me het voordeel van de twijfel. De eerste avond dat ik bio-identieke progesteron slikte, viel ik vrijwel meteen normaal in slaap en dat is zo gebleven. Nu, bijna drie jaar later, heb ik nooit meer uren wakker gelegen en al helemaal geen enkele vorm van paniek gevoeld.
Vanaf nu zou het allemaal beter worden, dacht ik. Gelukkig wist ik toen niet wat me allemaal nog meer te wachten stond. Door al die commotie rondom het slechte slapen was ik mijn aanvankelijke vermoeidheid helemaal vergeten. ‘Ik moet nog bijkomen van die periode met weinig slaap’, vertelde ik mezelf als ik weer was ingestort. Ik probeerde mijn leven weer op te pakken, maar mijn energiehuishouding wilde niet meewerken. De vermoeidheid werd steeds erger.
Vrijwel de hele tijd had ik het gevoel dat ik moest gaan liggen, en als ik dan eenmaal lag, had ik nog stééds het gevoel dat ik moest gaan liggen. Als ik een lezing of concert had gegeven, voelde ik me de dag erna alsof ik een weekend naar Lowlands was geweest. Daar ben ik dus acuut mee gestopt. Op goede dagen was het haalbaar om boodschappen te doen, te koken, een wandelingetje te doen en twee uur mensen te begeleiden. Daarna was de koek op. Op slechte dagen voelde ik me niet meer dan een zak met vlees en botten die iemand op de bank had achtergelaten. Douchen of theezetten was dan al een te grote opgave, ik kon niet meer voor mezelf zorgen.

In mijn leven heb ik eerder langere periodes gekend van zijn, vertraging en rust. Er was echter een groot verschil met de huidige situatie. Waar ik eerder kon ‘zijn’ vanuit een diepgevoelde verwondering voor de wereld om me heen, met extra gespitste zintuigen, een fascinatie en vreugde voor alle aspecten van het leven, een gevoel van verbondenheid, intense emoties en betekenisvolle inzichten, was dit alles nu volkomen afwezig. Mijn intensiteit had het pand verlaten en er was geen enkele vorm van mentale of fysieke energie meer over in mijn cellen. De wereld zorgde niet voor fascinatie maar voor overprikkeling. Ik ervoer geen betekenis, emoties – zowel positief als negatief – waren nagenoeg afwezig. De vrolijke, creatieve persoon die ik dacht te zijn, was ver te zoeken. Ik voelde me inferieur aan mezelf. Niet aan de persoon die ik zou willen zijn, maar aan de persoon die ik ooit was.
De huisarts was van mening dat de chronische vermoeidheid niet te maken had met de overgang, want ik had geen opvliegers en menstrueerde regelmatig. De internist vond lage cortisolwaarden maar kon dat niet koppelen aan een diagnose, dus kreeg ik geen behandeling. Long covid werd uitgesloten en het enige waar ik nog voor in aanmerking zou komen was een diagnose cvs (chronisch vermoeidheidssyndroom). De tot nog toe enige erkende behandeling hiervoor bestaat uit cognitieve gedragstherapie voor de ‘beperkende overtuigingen die de ziekte in stand houden’, terwijl het biomedische stuk volledig buiten beeld blijft. Ik wist meteen dat dit een doodlopende weg zou zijn.
Was ik nu ook iemand met ‘onbegrepen klachten’? Inmiddels weet ik: onbegrepen klachten zijn meestal nog niet goed onderzóchte klachten, vooral bij vrouwen. En ze worden nog altijd te snel – net als hormonale slaapproblemen – door artsen en de samenleving gepsychologiseerd. Bij dit soort klachten is het gebruikelijk om te denken: daar is vast meer aan de hand: stress, depressie, neurose of perfectionisme. Nu ik het zelf heb meegemaakt, weet ik hoe onterecht en onrechtvaardig deze aannames kunnen zijn.
Voor gezonde, energieke mensen was het wel eens lastig om te begrijpen wat ik precies doormaakte. ‘Er is vast iets waar je op leegloopt, doe je wel genoeg dingen waar je energie van krijgt?’ ‘Ben je niet te voorzichtig geworden? Bewegen is gezond! ‘Je moet een hond nemen, dan word je vanzelf weer actiever’ ‘Praat je ook met een psycholoog?’ ‘Tsja, we worden allemaal een dagje ouder he.’ Ergens begrijp ik wel waar deze goedbedoelde reacties vandaan komen, want wat mij overkomt, klopt niet met hun wereldbeeld. Nog niet zo heel lang geleden was ik een actief en levenslustig mens, opererend binnen gezonde grenzen, met goed lichaamsbewustzijn en nauwelijks stress. Dat dit nu gebeurde, was voor iedereen volstrekt onbegrijpelijk.
De reguliere zorg had mijn klachten definitief gepsychologiseerd, maar ik bleef ervan overtuigd dat er wel een biomedische oorzaak was en uiteindelijk meldde ik me bij een privékliniek voor functionele geneeskunde. Als je zélf de forse rekening betaalt, is er namelijk wel zorg op maat en een integrale blik op klachten mogelijk. Een uitgebreid laboratoriumonderzoek wees op inmiddels flink opgelopen hormoon- en vitaminetekorten en een vertraagde methylatiecyclus (een biochemisch proces voor de aanmaak van neurotransmitters, ontgifting en DNA-reparatie). Er werd mij verteld dat ik in principe helemaal gezond ben en dat al mijn klachten en tekorten allemaal met elkaar te maken hebben, als gevolg van de hormonale veranderingen in de overgang. Over een periode van een jaar kreeg ik één voor één nieuwe hormonen gesuppleerd (naast progesteron): cortisol, testosteron en als laatste oestrogeen. Het is nog steeds een proces van vallen en opstaan, want als er zoveel hormonen opnieuw moeten worden ingesteld, gaat dat niet in een keer goed. Maar ik merkte wel dat het steeds beter ging, en met behulp van ergotherapie en fysiotherapie kwam ik er langzaam weer bovenop.

Ik bevind me nu aan het einde van de perimenopauze en heb het geluk dat ik mijn hele leven in dienst kan stellen om deze fase zo goed mogelijk te ondersteunen: hormoontherapie, supplementen, lekker en veel slapen, goede voeding, voldoende beweging, autonomie in het uitvoeren van mijn werk, geen zorgtaken, een ondersteunende omgeving, veel vrije tijd en nagenoeg geen stress. Het zijn de ideale omstandigheden. Ik heb al het mogelijke gedaan om mijn situatie te verbeteren, en tóch ben ik niet klachtenvrij. Soms voel ik me best goed, niets aan de hand, bijna zoals vanouds. Maar van het ene op het andere moment kan ik volledig instorten en herken in mezelf niet meer terug. Dan word ik overvallen door een plotseling gevoel van uitputting, ik voel de levensenergie letterlijk wegstromen. Ineens heb ik geen toegang meer tot fysieke energie, denkkracht, focus of motivatie en de grootste moeite om het einde van de dag te halen. Dit kan één dag duren, of in het slechtste geval twee weken, maar op een gegeven moment kom ik weer boven water.
Mijn labtesten wijzen erop dat deze crashes worden veroorzaakt door schommelend oestrogeen. Deze zijn het minst ontwrichtend als ik zo simpel en regelmatig mogelijk leef, en voornamelijk dingen afspreek die ik ook weer makkelijk kan afzeggen of verplaatsen. De consequentie hiervan is dat ik nu al jaren niet meer heb kunnen optreden met mijn muziek. Internationale muzieksamenwerkingen verwateren, want ik ben niet meer in staat om ver te reizen. Actieve vakanties behoren tot het verleden, festivals bezoeken met mijn vrienden ook. Sporten gaf mij vroeger altijd vreugde en energie, nu sleep ik mezelf geregeld door de dansles heen omdat het ‘gezond is om te bewegen’.
Het schijnt dat bepaalde vrouwen extra sensitief zijn voor de neurologische impact van de perimenopauze: schommelingen in neurotransmitters die weer het gevolg zijn van hormonale schommelingen. Bovendien verloopt de aanmaak van mijn neurotransmitters nu minder goed terwijl ik ze vervolgens ook heel snel weer afbreek, met als gevolg een dopaminecrash. Zolang mijn eierstokken nog geregeld hun best doen om tegen de klippen op toch nog iets voor elkaar te krijgen, zal dit nog wel even zo blijven. Maar het feit dat ik nu eindelijk weet wat er met me gebeurt als ik onderuitga, geeft rust.
Het 21ste -eeuwse, westerse narratief voor vrouwen in de overgang staat min of meer gelijk aan de midlifecrisis. Eind veertig/begin vijftig ben je op het toppunt van je carrière en dit combineer je met zorg voor de kinderen en hulpbehoevende ouders. Je bent druk druk druk, de hele dag in touw en ervaart stress om alle ballen in de lucht te houden. Je staat altijd klaar voor anderen, zelf kom je op de laatste plaats. In de overgang lukt dit ineens allemaal niet meer, en dit is jóúw kans voor bezinning, om beter voor jezelf te gaan zorgen en je huidige leven onder de loep te nemen. Past die carrière nog wel bij wie je bent? En je partner? Wat wil je allemaal nog doen in je leven wat je hebt bewaard voor ‘later’? Dit is het moment om vaker ‘nee’ te zeggen, los te laten wat je niet meer dient en nieuwe hobby’s op te pakken.
Dit dominante narratief kan de illusie geven van maakbaarheid, alsof iedereen regie kan krijgen over haar klachten. In de media kom je tegenwoordig allerlei meningen tegen die vinden dat ze dé oplossing hebben gevonden voor iedere vrouw. Er zijn mensen die beweren dat een gezonde leefstijl voldoende is om klachten te voorkomen en dat je, door hormoonsuppletie te gebruiken, het natuurlijke proces niet aangaat en hiermee iets wezenlijks overslaat in je ontwikkeling. Er zijn ook mensen die beweren dat je alleen overgangsklachten krijgt als je er bang voor bent, of als je je verzet tegen ouder worden. Aan de andere kant zijn er ook mensen die vinden dat hormoonsuppletie de oplossing is voor alles, en wie dan nog stééds klachten heeft moet maar gewoon ‘meer inner work gaan doen om trauma’s te healen’.
Ik vind dat we een universeel fenomeen als de overgang, wat tegelijkertijd een diep persoonlijk proces is, niet voor iedere vrouw een universele betekenis moeten geven. In deze tijd hebben vrouwen van middelbare leeftijd allemaal heel verschillende levens geleid, niet iedereen heeft haar hele leven voor anderen gezorgd en zichzelf opgeofferd. Ook zij kunnen klachten krijgen. Deze fase is niet alleen een hormonale verandering maar vooral een ingrijpende herstructurering van de hersenen, een update van het besturingssysteem. De symptomen kunnen daarom zelfs lijken op niet-aangeboren hersenletsel. Of klachten wel of niet ontwrichtend zullen zijn, hangt echt niet alleen af van je mindset, een gezonde leefstijl en eventuele trauma’s. Minstens zo belangrijk zijn je genetische aanleg en je persoonlijke gevoeligheid voor hormonen en neurotransmitters. Het klachtenbeeld bestaat bovendien uit wel meer dan vijftig mogelijke symptomen die zich bij iedereen heel verschillend manifesteren, iedere vrouw zal deze periode anders ervaren. Laat haar zélf bepalen wat deze periode persoonlijk voor haar betekent, en hoe ze ermee om wil gaan.

Ik heb mijn klachten gekregen op een moment in mijn leven dat alles voor mijn gevoel helemaal klopte. Twaalf jaar geleden heb ik na een intense positieve desintegratie het roer volledig omgegooid en afscheid genomen van vrijwel alles in mijn leven wat niet meer bij mij paste. Vanuit rock bottom heb ik bewust mijn leven opnieuw vormgegeven vanuit het Dabrowskiaanse principe wat ‘meer mijzelf’ en ‘minder mijzelf’ is. Later in het proces leek mijn desintegratie op bepaalde vlakken georganiseerd te worden in plaats van spontaan. Voor het eerst leidde ik een leven dat paste bij wie ik was en wat ik behoorde te doen. Ik kon bijdragen aan de levens van anderen en ik was ook nog eens geïnspireerd en bomvol ideeën. Alles wat ik deed, gaf mij energie. Ik weet nog dat ik in die periode besefte dat ik nog nooit zoveel vreugde en betekenis had ervaren in mijn dagelijkse bezigheden. Voor mijn gevoel was ik in de zomer van mijn leven beland.
Maar na vier, vijf jaar zomer lijkt het alsof de herfst prompt is overgeslagen en ik direct in de winter ben beland. Het ergste vind ik dat mijn creativiteit op een heel laag pitje staat. Waar ik eerder gefascineerd kon opgaan in mijn eigen ideeën en plannen, en ze vaak ook nog uitvoerde, bevind ik me nu in een creatieve woestijn. Soms is er wel een ontkiemend zaadje met een creatief idee, maar de overlevingskansen voor zo’n zaadje zijn niet ideaal. Soms, als er een beetje regen valt, gaat er iets bloeien maar net als in de woestijn bloeien die kleine bloemetjes maar een enkele dag. Zo is het nu ook gesteld met mijn ideeën. Op een energieke dag komt er wel iets op, maar als de energie weer daalt, beklijft het niet. Het schrijven van een blogpost zoals deze is nu een proces van vele maanden. Om over het schrijven van muziek nog maar te zwijgen.
Ik ben flink verdrietig geweest over het verlies van deze dingen die mij altijd zoveel plezier en zingeving hebben gegeven, die nu zoveel moeite kosten. Ik mis mijn sparkle, mijn zest, het gouden randje. De kans is natuurlijk groot dat het allemaal tijdelijk is, dat als de dikke mist van de overgang is weggetrokken er weer ruimte komt voor motivatie, plezier en creativiteit. Maar ik wil ook niet weer in de valkuil stappen om te denken: ‘straks wordt het beter’, om daarna teleurgesteld te worden. Dat is me al te vaak gebeurd. Ik moet leren omgaan met hoe het nú is en nu het beste ervan maken. Deze levensfase vraagt voor mij om een andere houding.
Als je bereid bent om frustratie en verslagenheid te voelen en te accepteren, zul je er minder onder lijden. Je doel is niet om je beter te voelen, maar om beter te voelen. Wees bereid om actief pijnlijke en oncontroleerbare gebeurtenissen uit te nodigen in je leven en volledig te accepteren.[1] Acceptatie is hier geen passieve, schouderophalende vorm van berusting in de situatie. Het is een actieve levenshouding die emotionele groei mogelijk maakt. Echter, in de theorie van positieve desintegratie wordt niet veel gesproken over acceptatie. Als Dąbrowski het al heeft over acceptatie is dit in de context van het accepteren van anderen, van de eigen tekortkomingen als aanjager om zichzelf te verbeteren, of de acceptatie van de eigen waardenhiërarchie. Het gaat niet over een actieve levenshouding voor emotionele groei.
Heeft Dąbrowski hier iets over het hoofd gezien? Als ik de lijst met dynamismen doorlees, zijn er zeker wel een aantal die me geholpen hebben in dit proces om mezelf goed te informeren en te vertrouwen op mijn eigen wijsheid: de derde factor, subject en object in jezelf, autopsychotherapie en zelfeducatie. Maar ze zijn in dit hele proces niet zo essentieel geweest als acceptatie. Acceptatie zou heel goed een nog niet erkend ontwikkelend dynamisme kunnen zijn. Michael M. Piechowski benoemt acceptatie ook als centraal proces in zijn paper over advanced development exemplars, waarin hij de ontwikkeling bestudeert van onder andere Etty Hillesum:
The theme of acceptance is prominent in her diary. Acceptance can work marvels because it releases all the energy tied up in resistance, fear, and in opposition to one’s reality in the here and now. To dream of being in a different situation where one thinks one’s problems could be more effectively dealt with is a delusion and an escape from the only reality there is – the present moment. [2]
Piechowski schrijft als conclusie dat de door hem beschreven casussen de diepere betekenis en het effect van acceptatie aan het licht hebben gebracht binnen meerlagige ontwikkeling, iets waar de theorie geen aandacht aan besteedt.

De overgang heeft mij geen wake-up call met nieuwe inzichten over mezelf gegeven, maar wel een diepgevoelde acceptatie van dat wat is. Het is voor mij één grote oefening in loslaten. Niet het loslaten van wat niet meer bij mij past, dat heb ik al best vaak gedaan. Maar juist het loslaten van het leven dat ik heb gecreëerd dat wel bij mij past, de gehechtheid aan bepaalde vormen van identificatie. ‘Ik, iemand met een onuitputtelijk bron aan creatieve ideeën.’ ‘Ik, die autonome denker die non-conformistische keuzes maakt.’ Ik, de sociale, muziekminnende levensgenieter die dansend de nacht ingaat.’ Op het moment kan ik het allemaal niet waarmaken.
Wat blijft er over als ik die identificaties wegstreep? Iemand die oké is met gewoon ‘zijn’ en niet altijd iets hoeft te ‘doen’. Een gevoel van rust en kalmte. Betekenis vinden in de kleine, repeterende handelingen waar het grootste deel van het leven uit bestaat, en een gevoel van voldoening om deze handelingen met zoveel mogelijk toewijding en aandacht uit te voeren. Geen grote plannen en projecten meer, maar leven van dag tot dag. Ik kan op het moment niet vertrouwen op mijn lichaam zoals ik dat eerder deed, iedere dag kan totaal anders zijn. Ik ben overgeleverd aan de grillen van mijn lijf en dit dien ik te respecteren. Acceptatie als alternatief voor maakbaarheid: ook als je alles ‘goed’ doet en leeft in lijn met je missie en je waarden kun je te maken krijgen met ziekte, verlies of tegenslag. Wat telt, is hoe je ermee omgaat. Ga je ertegen vechten, of ben je bereid om dat wat je overkomt volledig te accepteren en een plek te geven in je leven? De erkenning van de buitenwereld had ik al niet meer zo nodig als voorheen, in deze fase hoef ik me ook niet meer tegenover mezelf te bewijzen. Dat is wel zo bevrijdend.
[1] S.C. Hayes, S. Smith (2005) Get Out of Your Mind & Into Your Life: The New Acceptance & Commitment Therapy. Oakland: New Harbinger Publications
[2] M. M. Piechowski (1991) Giftedness for all Seasons: Inner Peace in a Time of War
Op 21 september is het eerste deel van dit tweeluik gepubliceerd, geschreven door Foske de kruijf. Wat Foske en ik gemeen hebben in dit proces is het kompas van de derde factor: we zijn geen van beiden blijven hangen in de vraag ‘waarom overkomt mij dit’. We zijn allebei op zoek gebleven naar wat het ons kan brengen. Naar hoe het beter kan, hoe we ons tot deze verandering kunnen verhouden, en hoe we ervan kunnen groeien. Onze ervaringen zijn heel anders, en dat is precies waarom dit een tweeluik is geworden in plaats van één stuk. Beide ervaringen zijn vormen van positieve desintegratie. Beide vragen om radicale acceptatie van jezelf, op dit moment, waar en wie en hoe je nu bent.
Ik heb in ‘minder doen’ acceptatie gevonden, rust in overgave. Terwijl Foske juist onrust, energie en zichzelf nu als scherper en hoekiger ervaart, en probeert een zesspan paarden te mennen die wil uitvliegen. Haar advies aan mij: vertrouw op het cyclische proces. Ook al heb je nu het gevoel dat je veel bent verloren waar je aan hechtte, de huidig overgave is misschien wel een voedingsbodem van waaruit nieuwe dingen ontstaan, met nieuwe versies van jezelf die je nog niet voor mogelijk had gehouden. Mijn advies aan Foske: maak van al dat uitvliegen en al die energie niet je identiteit. We kunnen er niet vanuit gaan dat het blijft zoals het nu is.
Misschien zijn ook dit weer fases in een cyclus, niet het eindpunt, maar één ronde van vele. Het proces is nooit klaar, zolang je leeft…